Een vraag die ik me intussen al meer dan drie jaar stel, is hoe therapie juist werkt? Wat maakt therapie effectief, hoe kunnen mensen tot de gewenste verandering komen, en hoe kunnen wij als psycholoog/therapeut hen daar best bij helpen? 

Effectiviteitsonderzoek wijst uit dat specifieke behandeltechnieken slechts 15% van het totale veranderingseffect inhouden. Als ik onderstaand diagram bekijk, vind ik dat maar weinig hoopvol. We doen zo hard ons best, en uiteindelijk doet het er blijkbaar allemaal niet zoveel toe… Of ben ik nu wat te pessimistisch?

 

Volgens Carl Rogers, de grondlegger van de cliëntgerichte therapie, is de therapeutische relatie op zich – waarin empathie, onvoorwaardelijke aanvaarding en authenticiteit van groot belang zijn – de enige noodzakelijke voorwaarde om tot persoonlijkheidsverandering te komen… Straf he?

Enerzijds vind ik dat een hele mooie gedachte – want dan zijn we als therapeut toch heel belangrijk –  anderzijds vind ik het moeilijk om dat te geloven of te aanvaarden. Ik ben er van overtuigd dat het belangrijk is dat er een klik is tussen de therapeut en de cliënt, zodat de cliënt zich op zijn gemak voelt om open zichzelf te kunnen zijn, en zodat de therapeut de cliënt graag kan zien, of kan aanvaarden zoals hij is. Als die klik er niet is, denk ik dat de therapie weinig kans op slagen heeft. Je volledig gehoord en erkend voelen kan al veel betekenen. Ook uit metacommunicatie – het praten over de relatie tussen therapeut en cliënt – kan de cliënt (en ook de therapeut) veel leren over zichzelf. Ik denk dat het helpend kan zijn om de cliënt iets terug te geven over hoe hij bij de therapeut overkomt, omdat die relatie vaak een afspiegeling is van andere relaties van de cliënt. 

Maar is dat echt voldoende om tot verandering te komen? Want dat is waar cliënten uiteindelijk voor komen. Ze willen zelfzekerder of assertiever worden, een verlies verwerken, de controle leren loslaten, minder piekeren, positiever denken,… En dat liefst zo snel mogelijk. Ik herken dat bij mezelf ook, zowel als therapeut als als cliënt in leertherapie wil ik graag zo snel mogelijk verandering.

Cliënten vragen dan ook regelmatig om tips. Ze willen weten wat ze moeten doen om te veranderen. Dan voel ik de druk op mijn schouders nog groter worden. Ik moet ervoor zorgen dat zij kunnen veranderen. Ik merk dat ik mezelf dan wil verantwoorden, dat ik wil uitleggen wat ze wel en niet kunnen verwachten. Maar eigenlijk weet ik het zelf niet goed. Ik weet alleen dat ik geen pasklare oplossingen heb.

Volgens mij zijn er twee (parallelle) processen nodig om tot verandering te komen. Een eerste proces is ‘bewustwording’. Door te praten over wat er moeilijk loopt en een spiegel voorgehouden te krijgen door de therapeut, word je je meer bewust van de automatische patronen waarin je telkens vervalt. Bijvoorbeeld dat je altijd voor iedereen goed wil proberen te doen en jezelf wegcijfert. Je daar meer bewust van worden – niet alleen tijdens de sessies maar ook in je dagelijks leven – is een eerste stap. Maar dan moet je er natuurlijk nog iets mee doen. Het bewust anders proberen doen. Met vallen en opstaan.

Maar dat is niet zo eenvoudig, want er is een reden waarom het niet zomaar lukt. Er is iets wat je tegenhoudt, wat je blokkeert, iets dat in de weg zit en dat maakt dat je toch telkens datgene doet wat je eigenlijk niet meer wil. Vaak is dat een (onbewuste) angst. Een angst voor het gevolg als je niet meer zou doen wat je gewoon bent te doen. Als je stopt met voor iedereen goed willen doen, zullen anderen je misschien niet meer zo leuk vinden. Misschien zullen ze kwaad worden, of je laten vallen. En dat wil je niet. Dus blijf je toch voor iedereen goed doen.

Veel coaches hameren heel erg op dat proces van bewustwording. Je heb zelf de keuze om wel of niet te veranderen, hoor ik ze vaak zeggen. En wat dan met die angst? Die moet je overwinnen. Ondanks de angst het toch anders doen. Volhouden, doorzetten, blijven proberen. Ook binnen de psychologie wordt er vaak vanuit gegaan dat als je je gedrag verandert, je gevoel ook zal veranderen. Dat is het idee achter gedragsactivatie bij mensen met een depressie bijvoorbeeld. En ook door je gedachten te veranderen, zal je je beter voelen. Positief denken. Cognitieve herstructurering.

Dat is het rationele, bewuste proces. Ik denk dat daar zeker waarheid in zit, maar toch is het volgens mij niet altijd zo eenvoudig. Ik merk ook dat het voor cliënten vaak niet zo eenvoudig is. Het is niet zo gemakkelijk om positief te denken. Het is niet zo gemakkelijk om buiten te komen, als je er helemaal geen zin in hebt. ‘Niemand zegt dat het eenvoudig is. Je moet er hard aan werken.’, hoor ik sommigen al zeggen. En dan denk ik: inderdaad, misschien moeten we blijven proberen, blijven vechten. Misschien moet ik mijn cliënten nog meer aanmoedigen om het anders te doen? Maar anderzijds denk ik: pushen we de mensen dan niet te veel? Bieden we dan wel voldoende erkenning voor het feit dat het heel moeilijk is? En leren we hen dan niet dat ze niet naar hun gevoel mogen luisteren, maar er tegenin moeten gaan? En verandert er dan onderliggend ook iets, of moeten ze zichzelf voortdurend iets ‘wijsmaken’, zichzelf overtuigen met rationele argumenten en zichzelf ‘forçeren’ om tegen hun gevoel in te gaan?

Ik geloof wel dat dingen makkelijker worden als je het vaker doet. Dat de angst elke keer wat kleiner wordt. Maar anderzijds denk ik dat er dan onderliggend niet altijd écht iets verandert. Ik zit zelf bijvoorbeeld met een grote onzekerheid over mezelf als therapeut. En toch doe ik het. Al drie jaar geef ik therapie, ondanks de onzekerheid. Ik laat de onzekerheid me niet tegenhouden. Maar toch is ze er nog steeds, die onzekerheid. Ik heb niet het gevoel dat ze minder groot wordt, integendeel soms. Ik ben me er ook van bewust dat ik misschien te streng ben voor mezelf, te hoge verwachtingen heb van mezelf in mijn werk. Ik probeer me er tijdens mijn gesprekken met cliënten – of tussendoor – bewust van te zijn dat ik weer te streng ben voor mezelf, dat ik de lat wat lager mag leggen, dat ik wat milder mag zijn voor mezelf. Ik probeer de laatste tijd bewust ook aandacht te hebben voor wat wel goed gaat tijdens de gesprekken met mijn cliënten. En dat helpt soms wel, dan kan ik het even wat positiever of genuanceerder zien. Maar toch komt die onzekerheid elke keer terug. Soms kan ik ze even ‘om de tuin leiden’, maar dan plots duikt ze weer op. Misschien moet ik meer geduld hebben, er nog bewuster mee bezig zijn? Maar anderzijds wringt het ook, want ik moet mezelf ervan overtuigen dat ik milder mag zijn voor mezelf, maar tegelijkertijd is er een stuk van mij dat er van overtuigd is dat ik het niet goed genoeg doe. Nogal contradictorisch dus.

Daarom denk ik dat er ook een tweede proces nodig is om echt tot (blijvende) verandering te komen. Een proces dat niet zo duidelijk is, dat misschien eerder op een onbewust niveau plaatsvindt. Dat noem ik ‘verwerking’. We hebben allemaal een rugzak vol levenservaringen. Onze opvoeding, dingen die we hebben meegemaakt,… Ik geloof dat die ons mee vormen, en dus ook maken dat we bepaalde automatische patronen ontwikkelen. Mijn sterke innerlijke criticus is waarschijnlijk gegroeid uit wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Dus ik denk dat we die dingen ook ’een plaats moeten kunnen geven’, zodat ze minder in de weg zitten om het anders te doen. Dingen ‘verwerken’ en ‘een plaats geven’, het zijn vage termen die we allemaal kennen, maar eigenlijk weet niemand exact hoe je dat juist moet doen. Dat is niet zo’n duidelijk proces. Ik denk dat we dingen kunnen ‘verwerken’ door erover te praten. Niet alleen feitelijk, maar vanuit ons gevoel. Dat we het gevoel dat door die herinneringen wordt opwekt kunnen ‘doorvoelen’, naar boven laten komen, delen met anderen… Door te praten, te wenen, te roepen,… Zodat de emotionele lading er stilaan wat af gaat. En als de oorzaak van het patroon achterhaald en ‘verwerkt’ is, dan wordt het misschien vanzelf makkelijker om dingen te veranderen, want dan zit die emotionele rugzak niet meer in de weg.

Op die manier probeer ik het tegenwoordig ook aan mijn cliënten uit te leggen. Toch vind ik het zelf ook nog niet zo duidelijk. Ondanks dat ik al heel wat cliënten begeleid heb, kan ik niet benoemen wat hen nu juist geholpen heeft. Als het al geholpen heeft… En wanneer heeft het voldoende geholpen? Wat moet ik als therapeut precies doen om deze processen goed te begeleiden? Ik vind het heel moeilijk om een evenwicht te vinden tussen de cliënt erkennen in zijn (negatief) gevoel enerzijds, en motiveren tot bewustwording en verandering anderzijds.

Dat er dan bepaalde technieken bestaan die blijkbaar heel effectief zouden zijn, zoals EMDR, doet me nog meer twijfelen. EMDR wordt vooral gebruikt bij trauma, maar wat is trauma dan precies? Tegenwoordig lijkt het voor veel problemen een oplossing. Door wat afwisselende stimulatie van beide hersenhelften zouden er dingen in de hersenen veranderen, verwerkt worden, de emotionele lading zou eraf gaan (ik simplificeer het nu even). Na enkele sessies is er al veel vooruitgang. Tja, als dat de oplossing is, waarom doe ik dan nog zoveel moeite met mijn gesprekstherapie? Ik weet dat dit misschien heel zwart wit klinkt en dat het allemaal complex in elkaar zit, maar ik moet toegeven dat ik me soms ‘bedreigd’ voel door zulke technieken… En dat ik dan weer alles in vraag stel.

Ik ben heel benieuwd naar hoe jullie het veranderingsproces binnen psychotherapie zien!