Selecteer een pagina

Zoals mijn trouwe lezers intussen wel weten, voel ik een grote druk om mijn werk als psycholoog (ik hoor eigenlijk liever therapeut, maar dat ben ik officieel nog niet) goed te doen en ben ik heel erg zoekend hoe ik dat best kan doen. Ik zoek houvast in boeken en teksten, opleidingen, intervisie en supervisie. In mijn zoektocht naar een goede supervisor in de buurt, kwam ik terecht op de website van Maaike Afschrift. Daar vond ik links naar twee artikels van haar. Eén van de titels sprak met meteen aan: ‘Stoppen met helpen en voluit voor de ontmoeting gaan’. Dat was wat ik ook wilde leren! Ik begon gretig te lezen, met mijn virtuele markeerstift in de aanslag.

Ik werd meteen aangenaam verrast door de schrijfstijl van Maaike. Het is geen typisch, saai, afstandelijk, wetenschappelijk artikel. Ze schrijft vanuit haar persoonlijke ervaringen en gebruikt veel casusvoorbeelden ter illustratie. Het artikel gaat dus over stoppen met helpen en voluit voor de ontmoeting of verbinding met je cliënt gaan. Als cliëntgerichte en focusing-geöriënteerde therapeut gelooft Maaike in de spontane, natuurlijke groeimogelijkheden van iedere mens. Als therapeut hoeven we dan ook niets op te lossen, we hoeven enkel het spontane groeiproces te faciliteren. Volgens haar lukt dat het beste door als therapeut focussend aanwezig te zijn bij de cliënt, en te kijken welke ‘felt sense’ de cliënt of het gesprek bij jou oproept.

Als je niet bekend bent met de methodiek van focussen roept dit waarschijnlijk vraagtekens op. Ik heb er de afgelopen maanden al hier en daar over gelezen, maar focussen is een nogal vaag proces dat moeilijk concreet te bevatten, laat staan onder woorden te brengen is. Het gaat over een impliciet lichamelijk weten. Ik weet niet zeker of ik het zelf al helemaal kan vatten, maar ik vertaal het voor mezelf naar een intuïtief aanvoelen dat spontaan opkomt. Eerst is er een vaag gevoel of gewaarworden, maar als je je aandacht er op richt wordt het duidelijker en krijgt het meer betekenis. Volgens Maaike is het belangrijk om tijdens de therapie open te staan voor het (eerst nog vage) gevoel dat de cliënt (of wat hij/zij vertelt) bij je oproept.

Wanneer we te veel gefocust zijn op het helpen en oplossen, is er vaak minder ruimte om gewoon aanwezig te zijn en de spontane verbinding met de cliënt te laten ontstaan. Dan zijn we te veel met onze aandacht bij onszelf, bij het goed willen doen, en te weinig bij de cliënt. Dan interageren we ook eerder vanuit onze eigen behoefte om te helpen, in plaats van op basis van wat de cliënt echt nodig heeft. Bovendien verengt onze waarneming, en lopen we het risico enkel aandacht te hebben voor wat binnen onze verwachtingen past, voor wat we al weten, of voor wat niet goed loopt bij de cliënt. In plaats daarvan kunnen we onze aandacht beter open stellen voor hetgeen we nog niet weten, hetgeen nog onduidelijk is. Het vraagt moed om het cognitieve weten en analyseren (linker hersenhelft) los te laten en te vertrouwen op ons intuïtief aanvoelen (rechter hersenenhelft).

Ik vond het artikel zo boeiend, dat ik ook benieuwd was naar het andere: ‘Wat ik beteken voor de ander ontstaat uit verbinding met mezelf’. De kern hiervan sluit eigenlijk mooi aan bij het eerste artikel, maar de visie wordt wat meer theoretisch gekaderd. Voor mijn gevoel maakt dat het soms ingewikkelder dan nodig. Het gaat om een complex proces dat moeilijk onder woorden te brengen is, maar er worden dan toch dure woorden op geplakt, alsof het dan waardevoller is. Voor mij hoeft dat niet, het schept voor mijn gevoel net meer afstand tot de praktijk en staat het praktisch begrijpen eerder in de weg. Maar daarnaast wordt de theorie gelukkig opnieuw mooi geïllustreerd aan de hand van casusvoorbeelden en metaforen.

Toch denk ik dat het moeilijk echt te begrijpen is als je het zelf nog niet ervaren hebt. Ik weet niet zeker of ik het echt al helemaal kan vatten, maar ik heb het gevoel dat ik het de laatste tijd wel beter begin te begrijpen. Ik ervaar steeds vaker dat er plots en spontaan een soort vaag gevoel bij me opkomt, getriggerd door iets wat mijn cliënt vertelt of doet. Soms is het vaag en onduidelijk, soms voelt het de eerste fractieseconde net een hele duidelijke, belangrijke ingeving, maar dan wordt ze snel weer vaag. Het is pas terwijl ik ze probeer te verwoorden dat ze weer duidelijker wordt. Ik zeg dan vaak tegen mijn cliënten: ‘Wacht even, ik krijg plots een gevoel maar ik kan het niet zo goed verwoorden…’. Dan krijg ik (meestal) de tijd om er bij stil te staan en de juiste woorden te zoeken. Ik weet vooraf nog niet wat ik juist ga zeggen of wat de conclusie of clou zal zijn, maar het gevoel is dan zo sterk dat ik er in geloof dat het belangrijk is om het te verwoorden naar de cliënt.

Het artikel beschrijft ook een mooie metafoor waarin het werk van een therapeut wordt vergeleken met dat van een bio-boer. Een bio-boer is niet gefocust op zo snel mogelijk zo veel mogelijk groenten kweken, maar wel op het voeden en verzorgen van de bodem. Op die manier gaan de groenten vanzelf goed groeien. De grond is meer bepalend dan de boer zelf in het kweekproces. Het gaat over faciliteren in plaats van produceren. Onze bodem als therapeut is onze innerlijke belevingswereld, onze gevoelswereld, waarin al onze levenservaringen en intuïtieve wijsheid opgeslagen zit. Daar moeten we goed zorg voor dragen, door ernaar te luisteren. Op die manier zal het therapeutisch proces zijn werk doen en uiteindelijk groei bij de cliënt faciliteren.

Om af te sluiten citeer ik graag een stukje uit het artikel dat ik erg mooi vind: 

“In mijn werk als focusing oriented therapeut heb ik ontdekt dat ik als hulpverlener meer bereik als ik mij losmaak van de drang om te helpen of om resultaat te behalen en in plaats daarvan mijzelf de ruimte geef om gewoon aanwezig te zijn en de spontane verbinding te laten ontstaan met mijn cliënt. Wanneer ik teveel wil helpen of oplossen als therapeut, ben ik vooral met mijn aandacht bij iets in mijzelf, iets in mij dat zegt dat ik het goed moet doen of de behoefte om te ervaren dat ik competent ben, of dat ik voor iemand het verschil maak. En dan ben ik niet in interactie met dat wat vooruit wil in de cliënt. Dat behoeftige van mij als therapeut zorgt er voor dat ik terecht kom in een vernauwd of verengd functioneren als therapeut. Het moet goed zijn of snel zijn of zus of zo zijn. Het belangrijkste gevolg is dat ik als therapeut niet vrij kan luisteren en open staan voor de totale situatie van ons interageren en dat ik ga handelen in functie van mijn eigen behoefte om te helpen of op te lossen, om een op voorhand bepaald resultaat te behalen. Ik word als therapeut gespannen, voel een druk om iets te bereiken én riskeer zelfs de cliënt onder druk te zetten.”

Het is zeker de moeite om de artikels eens te lezen, dat kan via deze links:

‘Stoppen met helpen en voluit voor de ontmoeting gaan’

‘Wat ik beteken voor de ander ontstaat uit verbinding met mezelf’

Ik ben trouwens al een eerste keer bij Maaike in supervisie geweest en denk dat ik nu wel een goede match gevonden zou kunnen hebben!

En ik ben heel benieuwd: kan jij iets herkennen uit dit aritkel? Heb je ook al zo’n ‘felt sense’ bij een cliënt ervaren? Hoe kijk jij naar deze visie op therapie?